Het verhaal van Lies Maas

Copyright © All rights reserved de Indische Verhalentafel


Lies is  geboren op 24 november 1925 in Cimahi, haar ouders zijn Franciscus Hubertus Bronckers en Catharina Enkar. Vader komt uit Maastricht om als vrijwilliger drie jaar in het KNIL te dienen. In die tijd ontmoet hij de moeder van Lies, een Soendanese vrouw,  en gaat bij de politie werken in Bandung.

Zij trouwen en krijgen 6 kinderen. De eerstgeborene Joke wordt in Soenedan geboren op 5 augustus 1923, daarna komt Lies, die in Cimahi, bovendien de geboorteplaats van alle andere kinderen, ter wereld komt. Hierna volgen op 30 mei 1930 broer Nico, op 7 mei 1933 zus Corrie, 4 april 1937 Thiela en als benjamin van de familie broer Frans op 15 oktober 1938. Helaas zijn inmiddels Joke, Nico en Thiela overleden.

Vader wordt vaak overgeplaatst. In Sumatra gaat Lies als 7 jarige naar de Sint Jozefschool in Medan. Weer teruggeplaatst in Cimahi heeft Lies op de  Mariaschool van de zusters gezeten. De Mulo in Bandung volgt zij bij de zusters Ursulinen dwz. dagelijks 11 kilometer op de fiets naar school en terug altijd heel gezellig met een hele groep samen.

 In augustus 1939 leert Lies die dan 14 jaar oud is Tom (Thomas Johannes, onthoud die naam..) Maas kennen die in Batavia woont en in de grote  vakanties altijd bij een schoolvriend in Cimahi logeert. Daar ziet hij Lies voor het eerst in het Julianapark op weg van school naar huis en de vonk slaat bij hem meteen over. Als verstandige vader nodigt Pa Bronckers Tom bij hen thuis uit en daar komt hij regelmatig tot in 1942 de oorlog uitbreekt.  Tom, die als genist bij de verdediging van Dajeuh-kolot was ingezet, wordt geïnterneerd in het kamp Gedong Dellapan.

Lies en haar zus Joke gooien stiekem briefjes over het prikkeldraad maar worden daarbij betrapt. Joke heeft daardoor 5 dagen bij de Kempe tai gevangen gezeten in Bandung en Lies 2 nachten op het Politiebureau in Cimahi. Moeder komt hen daar eten brengen.

Niet veel later gaat Tom als krijgsgevangene via Singapore naar Japan en wordt daar te werk gesteld in de kopermijnen van Aisho. Deze periode heeft zowel fysiek als emotioneel hele diepe en blijvende wonden achtergelaten.

Drie jaar heeft hij daar als krijgsgevangene moeten zwoegen.

Na de oorlog breekt de bersiap uit.

De loerah, het kamponghoofd, heeft hen gewaarschuwd dat ze snel moeten vluchten want ze staan op de lijst om geslachtofferd te worden

In 1945 is Lies gevlucht naar de Genie kazerne van Cimahi waar een kamp is ingericht en werkt daar als typiste bij de Rapwi (Recovery Allied Prisoners of War and Internees) waar ze alle dagen (duizenden) legitimatiebewijzen moet tikken voor de militairen die uit het (krijgsgevangen)kamp komen. Binnen het kamp is het redelijk rustig  terwijl buiten het kamp onrust en gevaar overal om de hoek loert.

Van hieruit naar de militaire broodbakkerij in Tjimahi waar ze broden moet uitsorteren. Eind 45 hoort ze plotseling een van de kantoormensen roepen: Lies…Lies er is hier iemand voor je………en daar staat Tom, die via Manilla terug gekeerd is uit krijgsgevangenschap.

 In september 1946 is Tom plaatselijk genie-chef op het vliegveld van Tjililitan terwijl Lies daar werkt als tele-typiste in een kantoortje vlak naast de tower van het vliegveld. Lies en Tom gaan daar naar het stadhuis om er te trouwen maar hun namen komen niet in het register voor. Zij worden samen met alle collega’s van de Genie, die in een tientonner mee zijn gegaan, naar huis gestuurd om in de lunchpauze weer teruggeroepen te worden om alsnog te kunnen trouwen. Januari 1947 reist Lies in de jeep van majoor van de Horst naar Tjilatjap waar Tom dan gelegerd is. Onderweg wordt het konvooi overvallen en beschoten met mortieren door pemuda’s maar Lies komt gelukkig met de schrik vrij.

In november 1950 vertrekken Lies en Tom met de Cameronia naar Nederland en trekken bij haar ouders in, in het plaatsje Heughem bij Mastricht. Daar worden nog boodschappen gedaan met bonnetjes voor koffie en suiker en ligt in de winter de ijzel ’s morgens op de dekens van het bed. Tom die in Utrecht is gaan studeren wordt iedere maandagochtend om 06.00 uur op de fiets naar het station gebracht, gonjeng door Lies. Na zijn studie wonen zij achtereenvolgens in Arnhem, Deventer en Volkel om in 1969 voor 3 jaar naar Suriname te vertrekken. Daar heeft Lies de tijd van haar leven en doet veel vrijwilligers werk bij o.a. ex-lepra patiënten, het Rode Kruis en  de Hellen Kellerschool voor kinderen met het syndroom van Down. Zwemmen, bridgen, feestjes in de Vereniging Officieren Sociëteit, maar vooral de 10 daagse uitsapjes met de boot de bush in met Ed Willems als kok, die dan de zelf gevangen vis, trapoen, meteen klaarmaakt…..een prachtige tijd.

In 1972 met de Oranje Nassau weer terug naar Nederland waar Tom gelegerd wordt In Breda en zij in Oosterhout gaan wonen. Na de pensionering van Tom gaan ze reizen o.a. diverse keren naar Amerika, Portugal, Spanje, Curaçao en natuurlijk Indonesië. Als de verre reizen te ver worden is er een stacaravan in de Paardenkreek bij Kortgene en later nog dichter bij huis in Molenschot.

Als Tom in 2008  erg  ziek wordt is Lies de hele dag en een groot gedeelte van de nacht met zijn verzorging bezig tot hij in 2012 overlijdt. Mede omdat zij geen kinderen hebben ontstaat dan een grote leegte in haar bestaan. Toch houdt Lies zich goed staande en zoekt afleiding door in de tuin te werken, veel te puzzelen en uitstapjes o.a. met de Zonnebloem of laat zich met veel plezier in haar Fiatje rond rijden om ergens een kopje koffie te gaan drinken. Ook al rijdt Lies zelf geen auto meer, haar Fiatje, met kenteken 84- TJ-KV, gaat niet weg want de letters staan voor Thomas Johannes – Knappe Vent en zo is haar Tom toch nog altijd dicht bij haar.

 Helaas komt Lies op maandag 10 december 2018 in de hal van haar huis ten val als zij de verwarming wat hoger wil zetten en breekt daarbij haar heup. Met de ambulance naar het ziekenhuis en na de operatie revalideren in de Slotjesveste in Oosterhout. Dan blijkt dat zelfstandig thuis wonen er niet meer in zit en krijgt zij een kamer in Huize Raffy in Breda.. Dat is ontzettend wennen zeker als daar door corona allerlei beperkende maatregelen van kracht zijn. Het Fiatje kan dan ook niet meer in het zicht staan en moet ook worden los gelaten.

Ondanks haar hoge leeftijd van 96 jaar is zij een aanspreekpunt van haar medebewoners en is het dagelijks “open huis” in haar kamer. En als het weer het maar even toelaat laat zij zich met de rolstoel met veel plezier in de wijk rondrijden en probeert zij iedere dag, ondanks fysieke ongemakken, er iets moois van te maken.

Vliegbasis Tjililitan

Kerstdiner bij Raffie met v.l.n.r

Iggie Engel, Lies Maas en Hella Brugts

Franciscus Hubertus Bronckers de vader van Lies

in KNIL uniform

Vader Franciscus met op schoot

Rechts Lies en Links haar grote zus Corrie

Vader Franciscus  met v.l.n.r

Lies, Moeder Catharina, Corrie

en voor ons klein broertje Nico

Trouwfoto van Tom en Lies Maas

2015 KNIL reünie in Bronbeek

Lekker op pad in de rolstoel met Iggie

Shirley-Mabel (Lieke) Engel - de Groot-Heupner