Rien en Lieke Engel - de Groot - Heupner

Het verhaal van Shirley-Mabel (Lieke) Engel-de Groot-Heupner

de moeder van Iggie Engel

Copyright © All rights reserved de Indische Verhalentafel



Achteraan links: Mijn opa van moeders kant

Achteraan rechts: Mijn vader Rien

Zittend links: Oma van moeders kant 

Zittend rechts: Mijn moeder Lieke

Staand ben ik en zittend is mijn zusje


1948 Tjimah

v,l.n.r: Rien, Ignatius,Lieke en baby Jacinta

Mijn vader Rien met links mijn moeder en rechts haar moeder (mijn oma)


Voor de barak in Westerbork "Schattenberg"

Shirley-Mabel (Lieke) Engel-de Groot-Heupner is geboren in 1928 in Batavia. Haar achtergrond is van de ene kant Duits want de achternaam was oorspronkelijk Hüpner. Haar man Rien Engel stamt af van Duitse adel (met familiewapen)  die tot de 1e wereldoorlog von Engel heeft geheten, maar dan niets meer net Duitsland te maken wil hebben en de naam verandert in Engel. De andere kant van haar achtergrond, de Koster, zijn Zeeuwse herenboeren. Die opa is uit Zeeland vetrokken en werkzaam geweest in Semarang om daar met geld van zijn ouders een landbouw project op te zetten.

Haar vader is werkzaam als douanecommies in Borneo en haar moeder in het onderwijs op Java. Zoals gebruikelijk in die tijd ga je dan voor enkele maanden om de zoveel jaar op verlof naar Nederland, dat is in 1937. Zodoende heeft zij als jong meisje al kennis gemaakt met ons land maar heeft daar minder prettige herinneringen aan over gehouden. Op een middag gaat zij met een vriendinnetje mee naar huis en terwijl dat meisje lekkere warme, chocolademelk krijgt moet zij op het matje in de keuken staan wachten. In Indië is zij gewend alles te delen en dit is bizar voor haar

Haar moeder is wel lief maar erg streng en te beschermend waardoor ze van de wereldstad Batavia maar weinig heeft mee krijgt. Overdag bij de zusters op school en daarna thuis in en rond het huis met vriendinnen die zorgvuldig geselecteerd worden.

Tijdens de Japanse bezetting, een tijd van onzekerheid, angst en honger moet iedereen bij elkaar gaan wonen in één huis om te overleven. Haar oma, haar moeder, de zusters van haar moederen neefjes en nichtjes iedereen bij elkaar en worden bestek, naaimachine, kleding, maar ook kostbare juwelen en edelstenen verkocht om te kunnen eten.  De opa uit Zeeland is door de Jap meegenomen en nooit meer terug gezien. De Kempetai komt regelmatig op hardhandig onderzoek en bijna is ze meegenomen om als prostituee in Japanse bordelen te gaan werken maar omdat haar moeder zei dat ze met die muzikant uit het restaurant getrouwd was wordt ze met rust gelaten.

De daaropvolgende Bersiap tijd is nog gevaarlijker zeker als vrouw ben je je leven niet zeker en loert verkrachting om iedere hoek. Omdat het thuis te onveilig wordt, ondanks de bewaking van een Schotse wacht in de voorgalerij, is zij naar het Tjikini-kamp gebracht.

Op 9 september 1946 is zij met Rien Engel getrouwd. Hij is toen als muzikant gestopt en bij de politie gegaan hetgeen zij veel te gevaarlijk en onveilig vond. Op haar aandringen heeft hij toen getekend voor het Koninklijk Nederlands Indisch Leger en moet daardoor meedoen aan politionele acties op Sumatra en bij Tjimahi.

In februari 1947 wordt hun eerste kind geboren, Ignatius en in juni 1948 hun dochter Jacinta. Hun derde kindje Shirley-Ann werd dood geboren en ligt begraven in Tjimahi. In 1949 met de onafhankelijkheid van Indonesië worden alle KNIL-ers voor de keus gesteld of overstappen naar het K.L., het Nederlandse Leger of naar het Indonesische leger, de TNI. De keus is makkelijk naar Nederland, dus naar het K.L. want een Hollands diploma is veel meer waard dan een Indisch diploma en als je in Nederland hebt gestudeerd heb je altijd een streepje voor dus…voor de toekomst van de kinderen naar Nederland.

Op 11 juni 1950 in Tandjong Priok, de haven van nu Jakarta, aan boord gegaan van de Atlantis. Die krijgt al snel de naam van Babyschip of Ooievaarsboot omdat er daar maar liefst 63 kinderen worden geboren. Ook Lieke is in verwachting als op 10 juli, een maand later, wordt aangemeerd aan de Javakade in Amsterdam. In de daaropvolgende busreis naar De Schattenberg bij Assen blijken alle vrouwen in de bus in verwachting zijn. Daar aangekomen blijkt Schattenberg het voormalig deportatiekamp Westerbork te zijn. Er worden barakken toegewezen die meteen in tweeën wordt gedeeld, links de vrouwen en rechts de mannen. Met paardendekens de kapotte ramen dichtspijkeren en zakken vullen met stro en platlopen om als matras te kunnen gaan gebruiken op de stapelbedden. Met paardendekens en kasten geprobeerd afscheidingen te maken met de buren zodat je toch een eigen “privé-ruimte” hebt. Buiten zijn er stalen bakken om je te wassen en tanden te poetsen. Eten haal je bij de gaarkeuken midden in het kamp waar lange rijen naar binnen schuifelen met de rantang en waar eens per week rijst wordt uitgedeeld. Koken in de barak is te gevaarlijk.

Op 17 augustus wordt daar in de verloskamer van de ziekenboeg Carol geboren. Personeel en patiënten vindt hem daar een lastig kind dat te veel huilt. Daarom wordt hij in een diepe ingebouwde kast gelegd en als tot overmaat van ramp verpleging en artsen onmin krijgen en allen op stappen gaat de ziekenboeg dicht. De mannen brengen dan hun vrouwen zelf op brancards naar de barakken en moet de kraamzorg zelf verleend worden.

Rien is dan gelegerd in Wezep en komt zaterdagmiddag thuis om zondagavond weer te vertrekken. Lieke heeft de hele dag nodig om 3 kinderen te verzorgen, eten te halen, poetsen, luiers wassen, water halen en dat is wennen als je in Indonesië voor al die werkzaamheden verschillende baboes en djongos hebt.

Van het maandsalaris gaat 60% naar de Schattenberg voor kost en inwoning van de rest moeten ook de leningen worden afgelost zoals het meubelvoorschot. Gelukkig krijgen ze in september een noodwoning als tijdelijke opvang in Bedum in een oude pastorie die ze met nog een gezin moeten delen. Maar alles is beter dan de beklemmende omgeving van Westerbork met om zo laat eten halen, om zo laat in de rij staan, 1 keer per week naar het douchehok, niet je eigen kostje kunnen koken etc.

Niet lang daarna naar de eerste echte nieuwbouwwoning in de Schoolstraat in Zuidwolde met nog 4 gezinnen repatrianten en daar gaan de kinderen ook naar de kleuterschool. Het is wennen van 2 kanten in de buurt, de mensen ervaren zij als stug, kort en bondig, maar wel aardig en duidelijk. Daar wordt ook Guido Eduardi geboren op 29 oktober 1951.

Als Rien als wachtmeester wordt overgeplaatst naar Breda verhuist het gezin daar ook heen en blijft daar wonen tijdens zijn uitzendingen naar Nieuw Guinea en Libanon. Naar Duitsland gaan Lieke en Rien wel samen omdat de kinderen dan allemaal al zelfstandig wonen met hun eigen gezin.

Terug in Breda nemen ze danslessen bij Anja en Leon Tiggelman van de gelijknamige dansschool, maar dat gaat zo goed dat ze binnen de kortste keren dikke vrienden zijn en zelf danslessen en demonstraties gaan geven in Breda, bij de ANBO ouderenbond en ook op Huize Raffy. Daarnaast gaat Rien weer spelen in bandjes en als dat te veel wordt is hij DJ op Raffy en bij bruiloften en partijen en Lieke is dan altijd aanwezig en stand by.

Na op verschillende adressen in Breda gewoond te hebben komen ze als een van de eersten in aanmerking voor een aanleuning woning bij Huize Raffy aan de Bernard de Wildestraat en genieten daar samen met veel plezier van hun oude dag. Na jaren met de caravan getrokken te hebben in Zuid Europa  gaan ze nu jaarlijks voor enkele maanden overwinteren in Spanje en krijgen ook daar dikke, trouwe vrienden. Nog 2x zijn ze terug geweest naar Indonesië, de eerste keer Singapore en Bali en pas de 2e keer ook weer naar Java en de vele herinneringen die daar liggen, maar dan is het ook goed zo. Naarmate de jaren verstrijken neemt het fysiek ongemak bij Lieke toe en na een vervelend, pijnlijk ziekbed overlijdt zij op 26 oktober 2011. Rien verhuist dan een kleiner appartement in de aanleunwoningen maar blijft een graag geziene gast in Raffy en vertegenwoordiger bij evenementen en herdenkingen daar en elders.

Shirley-Mabel (Lieke) Engel - de Groot-Heupner