Iggie Engel vertelt het verhaal van zijn vader Rien

Copyright © All rights reserved de Indische Verhalentafel


Mijn naam is Rien (Rinaldo) Engel en ik ben in 1927 geboren in Sukabumi op West Java. Daar ben ik als kind opgegroeid tussen plantages en kraters en heb daar een fijne, vrije jeugd gehad.

Tijdens de Japanse bezetting heb ik in Batavia, waar ik inmiddels woonde met mijn moeder en stiefvader, mijn vrouw Lieke, leren kennen. Eigenlijk had ik toen naar een interneringskamp gemoeten zeker toen ik 17 werd. Mijn stiefvader had me echter leren drummen en samen maakten wij muziek in een restaurant waar de Japanners altijd kwamen. Zodoende konden wij voor eten zorgen en buiten het kamp blijven ondanks hardhandige bezoekjes van de  Kempetai. Die heeft toen mijn vrouw nog mee willen nemen om haar als prostituee voor hun te laten werken in Japanse bordelen maar toen bleek dat ik, haar man, als muzikant in hun restaurant werkte, hebben ze haar met rust gelaten.

Na de oorlog, toen de Bersiap begon, werd het pas echt onveilig en ben ik terug gegaan naar Sukabumi om ons familiehuis veilig te stellen. Ik ben toen opgepakt door rampokkende Indonesiërs die van plan waren ons te liquideren. “Gelukkig” daardoor tijdelijk in een opvang kamp gekomen dat nu, ironisch genoeg, bewaakt werd door Japanners en later door Britse Gurkha’s. Ook Lieke, mijn vrouw belandde weer in een kamp, het Tjikini, omdat zelfs de Schotse wacht in de voorgalerij van hun huis, hen onvoldoende kon beschermen tegen de met klewang en bamboe roentjing’s bewapende Indonesiërs. Die periode van onrust en geweld was echt heel vaak levensbedreigend

Ik ben toen bij de politie gegaan want als muzikant was er absoluut geen toekomst. Als in 1947 ons eerste kind wordt geboren dringt mijn vrouw erop aan in het leger, het Koninklijk Nederlands Indisch Leger oftewel het KNIL, te gaan omdat dat veiliger was en je nooit alleen, en beter bewapend, op pad ging. Ik heb toen ook nog mee moeten doen aan de politionele acties op Sumatra en bij Tjimahi. Een hele moeilijke  en verwarrende tijd want je vrienden waren opeens jouw vijanden, wie kon je nog vertrouwen. Tijdens de Japanse bezetting was het duidelijk wie je tegenstander was maar nu loerde overal het gevaar en was het geweld echt buitengewoon extreem.

Na de onafhankelijkheid van Indonesië kon je kiezen voor het KL, het Nederlandse Leger (want het KNIL hield op te bestaan) of de TNI, Tentara Negara Indonesia, het nieuw opgerichte Indonesische leger. Het was voor ons meteen duidelijk: naar Nederland.. en dan vooral voor de toekomst van de kinderen want er waren er al 2 en de 3e was op komst. 

Op 11 juni 1950 zijn we aan boord van de Atlantis gegaan om een maand later met 959 lotgenoten aan te meren aan de Javakade in Amsterdam. Een grote chaos maar toch in een bus terecht gekomen die ons naar De Schattenberg bracht. Dat bleek het deportatiekamp Westerbork te zijn die een vriendelijkere naam had gekregen maar alle ellende was in de schamele barakken nog overal voel- en zichtbaar. Met paardendekens hebben we alle kapotte ramen dicht gespijkerd en grote zakken met stro gevuld en platgelopen om als matrassen te gebruiken. Er waren per gezin 2 kamertjes, een met tafel en stoelen om te eten en een, met 2 bedden, om te slapen. Wij in een bed en de kinderen in het andere bed. Daar is ons 3e kind geboren maar omdat de zusters en doctoren onderling ruzie kregen zijn die allemaal toen opgestapt en zaten wij zonder medische zorg. In en in triest, die slechte leefomstandigheden daar. Eigenlijk mensonwaardig en dit was ons welkom.

Via een noodopvang in een pastorie in Bedum naar het 1e echte huis in Zuidwolde waar de reacties toch vreemd waren; “Hoe kan het dat jullie Nederlands kunnen praten en hebben jullie daar echt in bomen gewoond.”

Al vrij snel kon ik als wachtmeester bij de kaderschool van de Artillerie in Breda beginnen, waar wij ook zijn blijven wonen. Ik ben ook nog uitgezonden geweest naar Nieuw Guinea, West Duitsland en Libanon en ben trots om als veteraan mijn blauwe UNIFIL-baret te dragen op de herdenkingen die ik regelmatig bezoek..

Daarnaast kruipt het bloed toch waar het niet gaan kan en de entertainer die ik altijd ben geweest ging weer als drummer in de weekends spelen in diverse danszalen in de regio o.a. de Korenbeurs in Made. Ook zijn we dikke vrienden geworden met Leon en Anja Tiggelman van de gelijknamige dansschool in Breda waar ik samen met mijn vrouw eerst danslessen heb gevolgd en al vrij snel ook samen optredens en lessen ging geven.

Ook in Huize Raffy, waar ik nu al jaren woon, hebben we samen dansmiddagen en avonden gegeven en ben ik de mede oprichter van de ROT-band (Raffy Old Timers) om met muziek en zang samen met bewoners en bezoekers een leuke, gezellige tijd te hebben.

Ik ben nog 2 keer terug geweest naar Indonesië en dat is goed zo maar denk nog vaak met weemoed terug aan dat prachtige land en koester de mooie herinneringen.



Mijn vader Rien met zijn ouders en zusje Vivi

Voor de familie auto :

Zittend Links is Vivi, Rechts Rien en in het midden een vriendinnetje

1948 Tjimah

v,l.n.r: Rien, Ignatius,Lieke en baby Jacinta

Wij vertrokken op 11 juni 1950 met dit schip "Atlantis" uit de haven van Batavia richting Nederland en arriveerde op 10 juli 1950 in de haven van Amserdam

Mijn vader Rien in Libanon

de KNIL herdenking op Bronbeek