Voorwoord:

Het is zelden dat ik aan een verhaal begin waar zo weinig informatie van tevoren bekend is. Ik ken Francis via de facebook groep Nederlanders in Zwitserland en raakten wij over de Indische Verhalentafel in gesprek. Door research kwam ik veel te weten over de achtergrond van de familie Nobbe. Deze zoektocht was soms heftig maar ook zeer verhelderend voor de betrokkenen. Dit is de zoektocht van Francis Nobbe en de waarheden zoals zij ze ervaren heeft. Dank aan Francis voor het vertrouwen in De Indische Verhalentafel waar in dit geval de familie banden weer zijn aangehaald, versterkt en het proces helend heeft gewerkt.

Tilly van Coevorden, juli 2022



Van Nederlander naar Indo het verhaal van de familie Nobbe


Benjamin Nicodemus Nobbe (mijn vader)

Als je aan een zoektocht naar familie begint is het belangrijk om ook de voorgeschiedenis te kennen. Samen met Tilly ben ik in het verleden gedoken, maar mij beperkt tot mijn betovergrootouders.Hier is hun verhaal:

Benne Albert Nobbe werd geboren in Bellingwolde, Groningen op 18 januari 1803. Uit verschillende documenten kan ik opmaken dat Benne Alberts Nobbe een relatie heeft met met de in 1808 geboren Menke Pathuis maar trouwt op 19 juni 1835 met de eveneens in Bellingwolde en op 23 november 1811 geboren Hillechien Everts Zuur.

Uit dit huwelijk worden 5 kinderen geboren:

  1. Evert Nobbe geboren op 05.05.1836 in Bellingwolde, overleden 15.02.1875 in Bellingwolde
  2. Jantje Nobbe geboren op 15.09.1838 in Bellingwolde, overleden 21.08.1923 in Paterswolde
  3. Albert Nobbe geboren op 21.04.1841 in Bellingwolde, overleden 20.12.1889 in Semarang 
  4. Jan Nobbe geboren op 11.06.1844 in Bellingwolde, overleden 07.08.1921 in Groningen
  5. Folkert Nobbe  geboren op 23.05.1848 in Bellingwolde, overleden 07.05.1935 in Haren


Alhoewel ik nog geen bewijs heb gevonden, maar gezien de geschiedenis van de hele Nobbe familie is het aannemelijk dat Albert Nobbe (mijn overgrootvader) zich aanmeld bij het leger en op een gegeven moment naar Nederlands-Indië vertrekt.

Hij trouwt op 40-jarige leeftijd (wat voor die tijd vrij laat is) op 15.09.1881 in Ambarawa (Semarang) met de Christen Inlandse vrouw Charlotte Wilhelmina Louisa Louis (bron roosjeroos.nl)

Uit dit huwelijk worden 9 kinderen geboren:

    1. Carolina Louisa Nobbe geboren 10.08.1869 Palimana, sterfdatum is onbekend
    2. Hillegina Wilhelmina geboren 01.06.1871 Palimana Cheribon, gestorven op 14.04.1949 Blitar
    3. Albertus Nobbe geboren 17.03.1874 Madjalengka gestorven 20.10.1944 Madioen
    4. Jan Nicolaas Nobbe geboren 03.11.1878 Ambarawa gestorven 03.02.1956 Den Haag
    5. Evert Nobbe geboren 23.02.1881 Semarang, gestorven 29.01.1975 in Zwijndrecht 
    6. Johanna Nobbe geboren 15.02.1883 Oenarang, gestorven 01.04.1961 Utrecht
    7. Volkert Nobbe geboren 07.09.1885 Semarang, gestorven 19.09.1903 Semarang
    8. Hendrik Nobbe geboren 02.03.1887 Semarang, gestorven 1949 in Solo
    9. Albert Nobbe geboren 11.08.1889 Semarang, gestorven12.1959 Haaks bergen


Van minstens 3 zonen zijn de stamboeknummer en aansluiting bij het KNIL gevonden. Het was dus een lange lijn van KNIL militairen beginnende bij mijn overgrootvader Albert.

Mijn grootvader Evert Nobbe wordt als tienjarige jongen, volgens het Stamboek bij het Departement van Oorlog, op 21 januari 1891, “bij het korpspupillen aangenomen, ingevolge beschikking van het Departement van Oorlog d.d. 31 december 1890, I Afdeling Nr. 8 zijnde afkomstig van Semarang”. Hij is dan 1.61m lang heeft een ovaal aangezicht, bruine ogen, zwart haar, spitse kin, hoog voorhoofd en moedervlekje op de borst. Volgens de berekening heeft hij 50% Nederlands en 50% Indisch bloed, een Indo Europeaan of Indo genaamd. Op  6 oktober 1897, dan 16 jaar oud, wordt hij bij het leger ingedeeld voor 6 jaar. Hij ontvangt hier een een premie van 25.- Gulden voor  en wordt geplaatst als fuselier bij het substituten kadet te Batavia. Zie #2185 stamboek korpspupillen.

Stamboek #47666 Evert Nobbe

Stamboek #2185 Evert Nobbe

Op 16.03.1902 trouwt Evert in Meester Cornelis met een Inlandse vrouw die de naam Tjot draagt. Een geboorte datum of meer informatie heb ik jammer genoeg niet kunnen vinden over Tjot maar aangezien dit een levende website is en er steeds informatie kan toegevoegd worden, als deze beschikbaar komt, probeer ik dat nog te achterhalen.

Op 25 september 1909 wordt hem een paspoort toegestaan met vermelding van C.V.G.G (certificaat van goed gedrag) en op 6 oktober 1909 wordt dit afgegeven in Batavia.

Evert Nobbe is en zijn vrouw Tjot krijgen 6 kinderen.

  1. Albert Nobbe geboren 01.07.1902 Weltevreden. Tjot was dus hoogzwanger toen ze met Evert trouwde. Een overlijdens plaats en datum is tot nu toe nog niet bekend.
  2. Corrie Paulien Nobbe geboren 19.03.1904 Weltevreden, gestorven 18.02.1923 in Meester Cornelis
  3. Benjamin Nicodemus Nobbegeboren 07.12.1907 in Weltevreden, gestorven 05.07.1982 Alblasserdam 25%nl/75%ind
  4. Elisabeth Nobbe geboren 29.01.1910 in Meester Cornelis, gestorven 12.10.1973 geëmigreerd naar Oregon U.S.A
  5. Charlotte Everdine Nobbe geboren 03.09.1912 in Meester Cornelis, gestorven 31.10.1933 Atjeh
  6. Gusta Freida Nobbe geboren 24.03.1914 in Meester Cornelis geëmigreerd naar California U.S.A op 10.11.1961 en aldaar gestorven in 1997

1

Mijn opa Evert Nobbe 23.02.1881 - 29.01.1975

Mijn opa Evert en mijn vader Benjamin Nicodemus Nobbe

Van Nederlander naar Indo de zoektocht van

Francis Nobbe

Copyright © All rights reserved de Indische Verhalentafel

Aangezien zijn vader Evert een Indo Europeaan is en zijn moeder een Inlandse vrouw gaat de verhouding Nederlands-Indische nu naar 25% Nederlands bloed en 75% Indische. Dit is vooral voor Francis belangrijk om te weten.

Traditie getrouw treedt mijn vader Benjamin Nicodemus Nobbe in de voetsporen van zijn vader Evert, ooms en oudooms, en wordt op “27 maart 1926 te Meester Cornelis tijdelijk verbonden voor drie jaar als fuselier (aanbevolen militair) en geplaatst bij de kaderschool te Mangelang”. Op 19 maart 1928 wordt hem de titel Infanterist 1e klasse brigadier titulair toegekend en op 16 september 1929 wordt hij sergeant en 24.10.1929 foerier.

Vader leert zijn eerste vrouw, Emmy Eysma, kennen. Emmy Eysma is een in Nederlands-Indië geboren vrouw (wat ik heb kunnen vinden en waarschijnlijk Inlands 50/50% of meer).

Benjamin en Emmy trouwen op 27.08.1930 te Buitenzorg.

  1. Op 24.02.1931 wordt hun eerste kind geboren in Tj Pinang, een dochter die de naam Norma Eleonora Nobbe krijgt.
  2. Op 21 mei 1932 wordt een tweede dochter geboren, Yvonne die 1 dag voor haar 2e verjaardag op 20 mei 1934 overlijdt.

In 1933 krijgt Benjamin de Bronzen Medaille uitgereikt, dit werd meestal toegekend voor “orde en trouw”.

Op 6 september 1934 dus een paar maanden na het overlijden van Yvonne krijgt Benjamin de rang van Sergeant-Majoor administrateur.

    3.Op 07.08.1938 wordt de eerste zoon geboren in Sintang op het eiland Borneo,         hij krijgt de naam Rudi Benjamin hij zal op 64jarige leeftijd in Zwijndrecht                   overlijden op 14.11.2002.

In 1939 krijgt Benjamin de Silveren Medaille uitgereikt, deze werd uitgereikt voor “moed en trouw”.

    4.Op 01.01.1941 wordt nog een zoon geboren die de naam George Richard                 krijgt in Tilatjap op het eiland Java.

Op 08.03.1942 na de inval en bezetting door de Japanners wordt Benjamin tot krijgsgevangene gemaakt en beland in een Jappenkamp. Hij behoort dan tot het VI e infanterie depot te Tjimahi en is nog getrouwd met Emmy die ook in Tjimahi woont en wederom hoogzwanger is.

    5. Op 04.09.1942 dus tijdens de bezetting van de Japanners wordt de laatste               zoon Nicodemus Bernard geboren in Tjimahi.

Zelfs voordat Benjamin Nicodemus bevrijd wordt, krijgt hij de Zilveren Gesp toegekend een teken voor oorlogsverrichtingen.

Op 15.08.1945 wordt Benjamin bevrijdt en gaat op 17.09.1946 terug het leger in en wordt tijdelijk Adjudant-Onderofficier administrateur. Op 13.11.1948 wordt de tijdelijke rang van Adjudant-Onderofficier administrateur geeffectueerd.

Het huwelijk van Benjamin en Emmy houdt geen stand en wordt de scheiding uitgesproken. De datum van de scheiding is niet bekend maar aangezien Benjamin de 4 in leven zijnde kinderen later mee naar Nederland neemt doet mij dit vermoeden dat Emmy weldegelijk een Inlandse vrouw was zonder rechten. Wel zal Benjamin nog jarenlang geld naar Indië sturen vanuit Nederland.

Op 26.07.1950 gaat hij over naar de Koninklijke landmacht waar hij, uiteindelijk wegens een reorganisatie, terug naar Nederland wordt gestuurd. Er staat een vermelding op zijn stamboek kaart van “einde van dienst”. Op 01.09.1950 gaat hij, vergezeld van zijn vier in leven zijnde kinderen, in Tandjong Priok aan boord van het schip de Fair Sea voor de overtocht  naar Nederland. De reis duurt één maand en op 27.09.1950 komen ze in Rotterdam aan. De kinderen waren dol op hun moeder Emmy maar daar hebben ze in Indië afscheid van moeten nemen. Hoe ze dit ervaren hebben en of ze ooit nog contact met haar hebben gehad is vooralsnog niet bekend.

Op 26.05.1952 wordt er nog een constateringsbesluit gemaakt van de Koninklijke Landmacht dat Benjamin recht heeft op een pensioen met een diensttijd in het KNIL van 23 jaar, 3 maanden en 28 dagen.

Het leven in Nederland als actief militair valt niet mee en hij heeftn hulp nodig met zijn 4 kinderen. Deze hulp zoekt hij bij Stichting het groene kruis in Alblasserdam, waar hij woont, en leert hier Franciska Hermina Commu,die daar werkzaam is.

Een jaar nadat Benjamin met zijn vier kinderen in Nederland is aangekomen trouwt hij op 31.08.1951, met de 23 jaar jongere, in Utrecht op 20 november 1929 geboren Francisca Hermina Commu (mijn moeder), hij is dan 44jaar.

Benjamin en Francisca hebben eenzelfde achtergrond en alhoewel Benjamin in Nederlands-Indië geboren is en Francisca in Utrecht is Francisca op 4-jarige leeftijd met haar ouders, naar Indië verhuisd, waar haar ouders nog andere jongere kinderen hadden. Ze heeft daar haar hele jeugd verder doorgebracht om uiteindelijk op 18jarige leeftijd met de ms Boissevain op 25.03.1947 met de overgebleven broers en zussen naar Amsterdam terug te keren. De achtergrond van Francisca heeft meer overeenkomsten dan te zien is op het eerste gezicht en zal ik hier later nog op terugkomen in het verhaal van mijn moeder.

Uit dit huwelijk worden 6 kinderen geboren

  1. Eduard Gijsbert (Gijs) geb. 01.06.1952 te Bilthoven gest. 24.02.2018 Spijkenisse
  2. Eveline Ingrid (Inge) geb.03.09.1953 te Rotterdam gestorven op 09.09.2004 op de jonge leeftijd van 51 jaar in Nieuw-Lekkerland
  3. Edith Johanna (Joke) 05.05.1955 Alblasserdam
  4. Esmeralda Belinda (Linda) 02.04.1961 Alblasserdam
  5. Everardus Robert 05.08.1963 Alblasserdam
  6. Francis geboren 09.05.1968 Alblasserdam

Vader heeft duidelijk sporen van zijn KNIL-periode en het gezin is allesbehalve warm en liefdevol. Vader heeft een groot pensioen maar hier wordt niets van gemerkt in het gezin. "Hij had losse handjes en zat vol haat en agressie". Francisca is dan ook voor de wat oudere kinderen uit het eerste huwelijk een heks. Benjamin heeft een betere relatie met zijn schoonmoeder dan zijn eigen vrouw. Er wordt zelfs gesuggereerd, maar tot op heden niet bewezen, dat zijn tweede vrouw, Francisca, die ook meer dan 20 jaar jonger was, een relatie heeft gehad met Ruud (Rudi Benjamin), die maar negen jaar jonger was dan Francisca en een kind was uit het eerste huwelijk van haar man (en haar stiefzoon).

Het is dan ook best mogelijk dat de drie jongste kinderen, maar bijna zeker Esmeralda, de nazaten van Ruud zijn en niet van vader Benjamin, hetgeen alleen door een DNA test kan worden bevestigd.

Moeder heeft ook haar sporen uit het verleden en verteld hier heel erg weinig over, met name over haar periode in het Jappenkamp. Het enige wat ze ooit vertelde is dat ze een steek van een bajonet heeft gehad. Moeder is ook gewelddadig en er vallen vaak klappen. Er is geen trauma verwerking geweest en dit gezin doet dan ook denken aan en zijn vergelijkbaar met de verhalen in de boeken van Adriaan van Dis.

Het leven in Alblasserdam is voor mij dan ook geen prettige herinnering. De straat en de buurt waar wij woonden was als een getto met de toko die 1 x per week door de straten reed en waar je dan je inkopen kon doen. Moeder zette ook alle kinderen aan het werk en werden wij voor allerlei klusjes ingezet om bij te verdienen terwijl er eigenlijk genoeg geld voorhanden was.

Vader stuurde vermoedelijk geld op naar Indië en waarschijnlijk was dit afgesproken met Emmy, zijn eerste vrouw, bij de scheiding als een soort tegemoetkoming voor het feit dat hij de kinderen meenam naar Nederland. Verder waren moeder en vader heel erg gierig en was er nooit geld voor nieuwe kleding of andere nodige spullen. Ik kan mij nog goed herinneren dat mijn kleding afdankertjes waren van andere Indische kinderen uit de buurt.

Er was ook niet veel voor nodig of vader of moeder waren geïrriteerd en dat lieten ze dan duidelijk weten.Een anecdote van mijn zuster, dat ik niet zal vergeten is: dat ze aan het kleuren was en mijn vader daar mee ergerde. Hij riep mijn moeder er bij die venijnig op de kleurstiften ging staan zodat ze niet verder kon kleuren.

Als mijn broertje iets gedaan had wat moeder niet zinde dan riep ze mij, of één van de andere kinderen, om de bamboestok, of de mattenklopper, te halen om hem mee te slaan. Als ik of een andere broer of zus dit weigerde kregen wij ook een lel met dezelfde stok. Op 16jarige leeftijd heb ik dan ook besloten om het ouderlijk huis te verlaten en met mijn vriend, die nu al ruim 35 jaar mijn echtgenoot is, naar Zwitserland af te reizen. Hier in Zwitserland heb ik geprobeerd het leven, en de trauma’s die ik ervaren heb als kind, van mij af te zetten. 

Francisca Hermina Commu (mijn moeder)


Alhoewel ik geen goede herinneringen aan mijn moeder heb en eigenlijk ook niet echt geïnteresseerd ben in haar achtergrond, vond Tilly het belangrijk om haar achtergrond wel uit te zoeken. Voor de vraag of ik nu Nederlandse of Indische ben of welke verhouding van die beiden, is het noodzakelijk om dit uit te pluizen. Veel is terug te vinden en spelen de genen hier ook een rol. Zoals mijn voorouders van vaders kant allemaal KNIL-militairen waren zo ook die van mijn moeder en zal ik hieronder hier over uitweiden. Wat we hieruit kunnen concluderen is dat kinderen van KNIL-militairen die trouwen met kinderen van KNIL-militairen een stukje trauma meegekregen hebben waar in die tijd nog geen therapie voor bestond. Dat gemengd met het gedwongen vertrek uit het land van hun afkomst is een ware cocktail gebleken, in mijn geval, voor agressie en haat. Waar het trauma van Francisca vandaan komt zal duidelijk worden bij het verhaal van haar vader.

Zoals ook in het verhaal van mijn vader heeft Tilly er toch voor gekozen om terug te gaan naar mijn betovergrootouders.

Lambert Joseph Schreuder geboren op 06.03.1852 in Maastricht (de vader van mijn overgrootvader) trouwt met eveneens in Maastricht op 11.01.1952 met de in Limburg op 08.10.1873  geboren Odilia Leenders. Dit is Odilia’s eerste huwelijk en zal ze veel verdriet ervaren doordat er een groot aantal van haar 11 kinderen op zeer jonge leeftijd overlijden. Hieronder de 11 kinderen die ze krijgt met Lambert Joseph:

  1. Maria Catharina Hubertina geboren op 23.11.1873 te Maastricht en gestorven op 25.11.1873 (1 mnd. oud)
  2. Johannes geboren op 04.12.1875 te Maastricht en gestorven op 29.02.1876        (2 mnd. oud)
  3. Arnoldus geboren op 19.02.1877 te Maastricht en gestorven op 19.06.1877         (4 mnd. oud)
  4. Franciscus geboren op 17 april 1878 te Maastricht en gestorven op 10.1933 in Tjimahi N-I 
  5. Andreas geboren op 04.04.1880 te Tjimahi N-I engestorven op 19.12.1955
  6. Joseph geboren op. 10.04.1882 te Maastricht en gestorven op. 17.04.1884         (2 jaar oud)
  7. Christiaan geboren op 01.07.1884 te Maastricht en gestorven op 15.06.1885       (1 jaar oud)
  8. Renerus geboren op31.08.1885 te Maastricht en gestorven op. 21.09.1886     (1jaar oud)
  9. Willem Hubertus geboren op 19.10.1887 te Maastricht sterfdatum onbekend
  10. Cornelus geboren op 20.02.1889 te Maastricht sterfdatum onbekend
  11. Josephina ggeboren op 17.09.1891 te Maastricht sterfdatum onbekend

Lambert Joseph Schreuder overlijdt op 01.10.1892 waarna Odilia, die nu weduwe is, zwanger wordt van de ruim 12 jaar oudere, Augustus Benoit die op 1 januari 1840 geboren is in Limburg. Hun eerste en enige dochter maar Odilia’s 12e kind Elisabeth wordt op 21.01.1896, in Maastricht geboren. Het duurt dan nog 5 jaar voordat Odilia met haar tweede man Augustus Benoit op 16.01.1901 in Maastricht trouwt. Augustus erkend Elisabeth wel volledig als zijn eigen dochter en krijgt ze dan ook de achternaam Benoit. Dit tweede huwelijk houdt maar ruim 5 jaar stand vanwege het overlijden van Augustus Benoit op 15.12.1906. Tien jaar later overlijdt ook Odilia op 26.12.1916.

Gerrit Commu geboren 29.12.1861 in Vianen met beroep Hoofdagent van politie (de vader van mijn overgrootmoeder) trouwt op 24.12.1883 in Utrecht met, de op 07.12.1863 in Utrecht geboren, Allegonda Mulder. Net als bij de ouders van mijn overgrootvader worden er in dit gezin veel kinderen geboren en sterven er ook een aantal op zeer jonge leeftijd.

Er worden in totaal 15 kinderen geboren:

  1. Leonardus Marinus geboren op 05.02.1884 in Utrecht, gestorven op 12.04.1884 te Utrecht (2mnd oud)
  2. Johannes Hermanus geboren op 12.03.1885 in Utrecht, sterfdatum en plaats onbekend
  3. Allegonda Johanna geboren op 25.07.1887 in Utrecht, gestorven op 16.07.1939 in Zuilen
  4. Leonardus Marinus geboren op 10.08.1888 in Utrecht, gestorven op 26.06.1945 Ambarawa Kamp 7
  5. Gerrit Marinus geboren op 10.07.1890 in Utrecht, gestorven op 15.05.1891 in Utrecht
  6. Anna Maria geboren op 02.04.1892 in Utrecht sterfdatum en plaats onbekend
  7. Gerardus Cornelis geboren op 02.02.1894 in Utrecht, gestorven op 05.07.1971 in Amsterdam
  8. Adriana Wilhelmina geboren op. 26.01.1896 in Utrecht, gestorven op 11.03.1939 in Utrecht
  9. Hermina Cornelia geboren op 11.04.1897 in Utrecht, gestorven op 28.07.1897 in Utrecht (3mnd oud)
  10. Hermina Cornelia geboren op 15.09.1898 in Utrecht, gestorven op 16.01.1901 in Utrecht (1,5 jaar oud)
  11. Helena Martha geboren op 09.03.1900 in Utrecht, gestorven op 12.04.1928 in Utrecht
  12. Willem Frederik geboren op 16.06.1901 in Utrecht, gestorven op 24.06.1944 Zeemansgraf Nagasaki 
  13. Hermanus Hendrikus geboren op02.12.1902 in Utrecht, gestorven op 23.12.1968 in Hilversum
  14. Antonius Johannes geboren op28.07.1904 in Utrecht sterfdatum en plaats onbekend
  15. Doodgeboren zonder vermelding van naam of geslacht op 05.04.1906 in Utrecht

Willem Frederik, mijn opa van moeders kant (100% Nederlands bloed), verbind zich op 7 juli 1921, met ingang van 11 juli 1921 tot aspirant onderofficier voor zeven jaren bij de koloniale troepen zowel in als buiten Europa. Hiervoor krijg hij  een premie van 50fl nadat hij  de opleiding tot soldaat heeft voltooid. Een verdere premie van 50fl na bevordering tot korporaal. In het stamboek vinden we de aantekening dat hij, zijn broer Hermanus Hendrikus, wonende Eemnesseweg 74 in Hilversum, als contactpersoon heeft opgegeven.

Op 19.02.1921 is Willem Frederik bevorderd tot soldaat en ontvangt zijn eerste premie van 50fl.

Op 17.06.1922 is hij bevorderd tot brigadier en op 30.12.1922 tot Sergeant 1e klasse

In plaats dat de tweede premie van 50fl  wordt uitbetaald word deze in mindering gebracht op de kosten van een 1e uitrusting.

Op 27.01.1923 vertrekt Willem Frederik naar Nederlands-Indië met de ss Nias waar hij op 04.03.1923 in Batavia aankomt. 

Willem Frederik krijgt uiteindelijk de titel Sergeant Werkman Artillerie.

Het moet rond 1925 zijn geweest dat Willem de in Indië geboren Johanna Hendrica  leert kennen. Ze is de dochter van Franciscus Schreuder (zie hierboven) en een Inlandse vrouw met de naam Elisabeth Minah Kartodikromo. Mina is geboren op 16.01.1884 in Batavia. Johanna heeft dus 50% Nederlands en 50% Indisch bloed. Johanna Hendrica is op 11.03.1906 in Batavia geboren maar het is niet duidelijk wanneer ze precies getrouwd zijn.  Uit documenten is op te maken dat er 11 kinderen uit dit huwelijk geboren zijn:

  1. Allegonda Hendrika geboren op 13.09.1926 in Bandung sterfdatum en plaats onbekend
  2. Franciscus Gerardus geboren op 10.10.1927 in Cimahi, gestorven op 18.02.1928  in Cimahi (4mnd oud)
  3. Willy Helena geboren op 04.11.1928 in Tjimahi, gestorven op 24.03.2016 in Apeldoorn
  4. Francisca Hermina geboren op 28.11.1929 in Utrecht, gestorven op 15.10.2014 in Spijkenisse 
  5. Frederik Gerrit geboren op 22.08.1931 in Batavia, gestorven op 26.11.1978 in Kortenhoef
  6. Theadora (Thea) geboren op 31.10.1932 in Batavia
  7. Gijsbert geboren op 20.09.1934 in Cimahi, gestorven op 08.08.2021 in Nijkerk
  8. Christiaan Leonardus geboren op 01.01.1937 in Bandung, gestorven op 27.03.1940 in Jogjakarta
  9. Karel geboren op xx.xx.1938 exacte datum is helaas niet bekend
  10. Hilda geboren op 24.02.1941 in Jogjakarta
  11. Willem geboren op 27.02.1942 in Jogjakarta, gestorven op 20.10.2010 in Vancouver Canada

Op 11 juni 1929 tekent Willem voor 6 jaar bij als Sergeant Werkman Artillerie. Alhoewel deze datum in het stamboek staat vermeld moet hij voor deze datum hebben getekend want op deze datum is hij al op groot verlof naar Nederland, vergezeld van zijn vrouw Johanna die hoogzwanger is. Het is aannemelijk dat de drie andere kinderen ook mee zijn op deze reis. Het alternatief is dat de drie jongere kinderen bij de grootouders in Indië achter zijn gebleven. Ze reizen met de ss Grotius en komen op 04.07.1929 in Amsterdam aan. 

Ruim 4 maanden later op 20.11.1929 wordt hun derde dochter en mijn moeder Franciska Hermina geboren in Utrecht. Mijn moeder heeft na berekening 75% Nederlands en 25% Indisch bloed.

Op 05.02.1930 keert mijn opa Willem terug naar Indië en laat vrouw en kind (eren) in Nederland achter.

Ergens tussen de datum van 05.02.1930 en 22.08.1931 komt ook Johanna terug naar Indië, want een 5e kind, wederom een zoon wordt op 22.08.1931 in Batavia geboren.

Aangezien mijn moeder altijd heeft verteld dat ze pas als vierjarig meisje naar Indië is vertrokken, is het aannemelijk dat ze tussen de datum dat haar moeder teruggegaan is naar Indië, om te bevallen van haar zoon,  en de datum dat ze zelf naar Indië is gegaan bij haar grootouders in Utrecht heeft gewoond. Dit zou ook haar, afstandige houding en gedrag op latere leeftijd kunnen verklaren.

Op 11.07.1934 tekent Willem nogmaals bij voor 3 jaar en 21 dagen als Sergeant Majoor Werkman Artillerie en krijgt in 1936 wederom verlof om naar Nederland te gaan. Dit keer gaat hij aan boord het ss Christian Huygens en komt op 21.04.1936 in Amsterdam aan, het schip waar hij op 21.10.1936 weer mee terug naar Indië keert.

Op 06.03.1938 verbindt hij zich opnieuw voor 3 jaar als Sergeant Majoor Werkman Artillerie.

Op 08.03.1942 wordt Willem, die op dat moment in Jogjakarta woonachtig is, tot krijgsgevangene gemaakt. Hij komt op 15.08.1942 in het Java POW kamp terecht. Op een latere datum zal hij nog in drie andere kampen worden verplaatst namelijk No 2 Java POW kamp # 4336, No 1 Java POW kampt # 24619 en het hoofdkamp Java POW kamp #16353. Dit alles is te lezen op de interneringskaart die ik gevonden heb.

Op 20.06.1944 wordt Willem op transport van Takao, dat aan de zuidwest kust van Taiwan ligt, naar Japan vervoerd. Hij wordt samen met een totaal van 772 krijgsgevangenen en een lading kopererts per Tamahoko Maru, een schip dat 6’780 ton weegt vervoerd. Het schip voer in een konvooi van 12 schepen met o.a twee corvetten en een mijnenlegger. Verder waren er nog 500 Japanse soldaten en een lading suiker en rijst aan boord.  De krijgsgevangenen waren overgenomen van de Miyo Maru, die in een tyfoon terecht was gekomen, onderweg van Manila naar Takao, en zoveel schade had opgelopen dat het niet verder naar Japan kon varen. Hoe hij in Manila terecht kwam heb ik nog niet kunnen achterhalen.

Op 25.06.1944, 5 dagen na het vertrek uit Takao en ongeveer 60km ten zuidwesten van Nagasaki, werd het schip getorpedeerd door de USS Tang en zonk in slechts enkele minuten. De begeleidende Japanse schepen namen Japanse overlevenden aan boord maar lieten de krijgsgevangenen die in de zee dreven aan hun lot over. De volgende morgen verscheen er nog een kleine walvisvaarder die nog 211 drenkelingen aan boord kon nemen en deze in Nagasaki aan wal bracht. Dezelfde middag werden zijn nog overgebracht naar het kamp Fukuoka 14b in Nagasaki.

De overige 560 krijgsgevangenen, 35 bemanningsleden en een onbekend aantal Japanse soldaten kwamen om, waaronder mijn opa Willem Frederik Commu.

In 1949 volgt er officieel rapport van overlijden en worden zijn broer Johannes Hermanus die als familie lid te boek staan en woonachtig is in Djokja. Mijn oma Johanna Hendrica is al op 25 maart 1947 met de Boissevain naar Amsterdam gerepatrieerd. Aan boord bevindt ze zich met Allegonda (A.H Commu), Willy (W.H Commu), Francisca (F.H Commu), Gijsbert (G. Commu), Fredrik (F.G Commu), Willem (W. Commu), Karel (K.Commu), Hilda (H.Commu) bron: 30dagen op zee. Er zijn nog 2 anderen met de achternaam van Commu op hetzelfde schip , J.T Commu en, E.R Commu. Ik denk dat deze twee nog kinderen of familie zijn waarvan ik nog geen informatie heb kunnen achterhalen.

Johanna heeft tijdelijk opvang gekregen in Rustenhoven een groot landhuis waar begin 1940 Nederlandse militairen ingekwartierd zijn en na de bevrijding eerst gevorderd is door de binnenlandse strijdkrachten en de Canadezen en dan later dient als opvang voor gerepatrieerden uit Nederlands-Indië

Willem Frederik Commu zal postuum nog het Mobilisatie-Oorlogskruis worden toegekend.

Vanaf mijn 50ste levensjaar begonnen mijn, met name Indische, achtergrond toch een hele belangrijke rol voor mij te spelen. De hamvraag hier was ben ik nu Nederlandse van geboorte of een Indo? Gelukkig na intensieve research door Tilly heb ik deze vraag en vele andere vragen beantwoord gekregen en kan ik met trots zeggen dat ik 50% Nederlandse en 50% Indisch ben en hoop ik dat ik nu het verleden een plek kan geven en die periode kan afsluiten.

Francis Nobbe, juni 2022



Mijn betovergrootmoeder Mina Schreuder - Kartodikromo

Mijn vader Benjamin met zijn eerste vrouw Emmy Eysma

v.r.n.l : Rudy, zittend Elly met op schoot de kleine George

Dit zijn drie van de 5 kinderen van mijn vader uit zijn eerste huwelijk

v.l.n.r.: Joke, Gijs, Inge en baby Linda

Dit ben ik (Francis)

Mijn vader Benjamin Nicodemus Nobbe

Mijn Oma Allegona Commu-Mulder

Mijn moeder  Friancisca Hermina Commu

Trouwadvertentie 07.01.1951 Nieuw Utrechts Dagblad

Tante Hilda met haar man Willem Bennik en kind

v.l.n.r.: Rob (Everardus), Francis (ik) en Linda (Esmeralda)

Mijn moeder Francisca Hermina Nobbe -  Commu