Een leven tussen Batavia, Amsterdam, liefde, verlies en veerkracht
Het Verhaal van Yvonne Edith Mulié
De wereld waarin alles begint
Het verhaal van Yvonne begint niet met een datum, maar met een wereld.
Een wereld van tropenregen die plotseling uit de lucht valt, van kruidnagel en natte aarde, van waringinbomen die schaduw werpen over stoffige wegen. Het is het Indië van de jaren ’20 en ’30 – een samenleving van vele lagen, waar Europese villa’s naast Javaanse kampongs staan, waar Chinese handelaren, Indo‑Europese gezinnen en Javaanse arbeiders elkaar dagelijks kruisen.
Maar vóór dat alles begint het verhaal bij haar ouders.

Augustus Gijsbertus (Guus) Mulié, geboren op 29 december 1886 in Zoeterwoude, zoon van Johannes Mulié, kunstgebitmaker, en Carolina Gerardina Henrietta Nieuwenhuizen. Guus groeit op in een wereld van precisie en ambacht. In het atelier van zijn vader ziet hij hoe vakmanschap en geduld samenkomen in iets dat mensen hun glimlach teruggeeft. Het is niet moeilijk voor te stellen hoe hij daar zijn eigen roeping vond: tandarts worden, een vak waarin techniek, zorg en menselijkheid elkaar raken.
Emma de Leeuwe, geboren op 13 augustus 1891 in Den Haag, dochter van Izaak de Leeuwe, parapluiemaker, en Marianne Frank, afkomstig uit een warm Joods gezin. Emma groeit op tussen stof, baleinen, draad en handen die altijd iets maken. Haar vader werkte met precisie, haar moeder met zachtheid. Het was een huis waar ambacht en warmte elkaar vonden.
Guus vertrekt naar Indië
Op 25 februari 1913 vertrekt Guus naar Soerabaja. Een jonge tandarts, met een vak dat overal ter wereld nodig is, maar in de kolonie misschien nog wel het meest. Hij arriveert in een wereld die ruikt naar natte aarde, kruidnagel en zeezout, en vindt al snel zijn eerste onderkomen.
Op 29 april 1913 staat hij geregistreerd aan de Schenkweg 112 in Soerabaja. Een adres dat nu bijna verdwijnt in de tijd, maar toen het begin was van een nieuw leven.
Emma volgt
Wanneer Emma precies naar Indië vertrok, is niet terug te vinden. Geen passagierslijst draagt haar naam, geen krantenbericht vermeldt haar reis. Maar ergens tussen de koffers, de brieven en de tropennachten moet het moment hebben gelegen waarop zij haar vertrouwde Den Haag achterliet om zich bij Guus te voegen.
Misschien stond ze op het dek van een stoomschip, de wind in haar haar, de kustlijn van Nederland langzaam verdwijnend. Misschien reisde ze met een mengeling van moed en verlangen, niet wetend wat haar te wachten stond, maar zeker van één ding: dat haar toekomst niet langer in Europa lag.
Het huwelijk in Soerabaja
Wat we wél weten, is dat Guus en Emma elkaar vonden in de tropen. Niet in Den Haag, niet in Zoeterwoude, maar in Soerabaja — een stad van warmte, handel, drukte en nieuwe kansen.
Op 21 augustus 1913 trouwen ze daar. Een huwelijk dat niet begon onder Hollandse regen, maar onder een hemel die anders rook, anders klonk, anders voelde. Een huwelijk dat het begin werd van een leven dat hen drie dochters zou brengen.
Een gezin in de tropen
In dat Indië dat tegelijk zacht en hard kon zijn, worden hun dochters geboren:
Augusta (Guusje) – 1919 Yvonne Edith – 1921 Norma Viola – 1922
Guus bouwt in Malang een moderne tandartspraktijk op aan Tjelaket 33–35. Hij heeft vaste spreekuren, een telefoonnummer (294!) en een reputatie als vooruitstrevende tandarts. In 1925 duikt zijn naam in de kranten op: hij rijdt in een van de allereerste Spijker‑auto’s in Indië — een glimmend symbool van moderniteit dat in de familie nog generaties lang onderwerp van verhalen zou blijven.


Geboorte akte Augustus Gijsbertus (Guus) Mulié 1886

De drie zusjes vlnr: Norma, Yvonne & Guusje
Twee huizen, twee werkelijkheden
Het huwelijk houdt geen stand. Op 9 maart 1929 wordt de echtscheiding officieel uitgesproken.
Emma verhuist met haar dochters naar Batavia, waar ze woont op adressen als Gg. Scott 10 en later Serangweg 13. Ze voedt haar dochters op in een stad die tegelijk warm en hard is – een stad waar je je eigen plek moet bevechten, zeker als alleenstaande moeder.
Adres verandering bron: Delpher



Guus blijft in Malang, bouwt zijn praktijk verder uit en begint een nieuw leven.
Slechts twee maanden na de scheiding, op 4 mei 1929, trouwt hij in Soerabaja met Juliana Haholij. Hoewel de officiële burgerlijke registratie haar naam als Juliana Haholij noteert, verschijnt zij in vrijwel alle advertenties, aankondigingen en krantenberichten als Juliana Haholy.
Ze werd op 14 oktober 1909 in Toeloengagoeng geboren en was pas twintig jaar oud toen zij met Guus trouwde — drieëntwintig jaar jonger dan hij.
Over haar achtergrond bestaat geen volledige zekerheid, maar de familienaam Haholij — die in verschillende bronnen ook als Haholy verschijnt — komt aantoonbaar voor binnen Molukse families uit de regio Ambon. Hoewel de burgerlijke stand in Nederlands‑Indië etniciteit zelden expliciet noteerde, wijst de naamstructuur op een mogelijke Molukse herkomst. Het blijft daarmee een voorzichtig maar betekenisvol spoor in het verhaal van haar jonge leven. Die kleine variatie in spelling, én het grote leeftijdsverschil, vertellen iets over de tijd, de koloniale context en de manier waarop zij in het dagelijks leven werd gezien en aangesproken.
Binnen de familie bleef zij echter niet als ‘Juliana’ bestaan. Toen Guus en Juliana na de oorlog in Nederland kwamen — al laat zich uit de beschikbare bronnen niet met zekerheid reconstrueren of zij daar ook daadwerkelijk samenwoonden — leerde Anja haar kennen als tante Sjuul, een naam die haar onmiddellijk een zachtere, huiselijke nabijheid gaf. Het is die bijnaam die in de familie bleef hangen, omdat hij beter paste bij de jonge vrouw die zij was, en bij de warmte waarmee zij zich in het gezin bewoog.
In 1933 wordt hun zoon geboren: Henri Theodore Mulié. Uit de familieoverlevering blijkt bovendien dat er nog een tweede kind in het gezin was: een dochter, Thea, geboren vóór of na Henri. Over Thea bestaan geen officiële documenten binnen de familiearchieven, maar haar naam komt al generaties lang terug in verhalen en herinneringen. Ze wordt genoemd als het oudere zusje van Henri, een kind dat deel uitmaakte van het gezin van Guus en Juliana in Indië. Haar aanwezigheid is nooit formeel vastgelegd in de bekende papieren, maar ze leeft voort in de mondelinge geschiedenis van de familie — in terloopse opmerkingen, in herinneringen van oudere familieleden, in dat stille besef dat er ooit nóg een kind was.

Het is aannemelijk dat Thea vernoemd was naar Guus’ oudere zus Dorothea Wilhelmina Maria Mulié (1883), die samen met haar jongere zus Jacoba Frederica (1884) jarenlang in Haarlem woonde, op de Boekenrodestraat 16. Deze twee ongetrouwde, innige zusters — in de familie bekend als tante Do en tante Co — vormden een warm, stabiel middelpunt in het Nederlandse deel van de familie. Hun huis was een vertrouwde plek, en hun aanwezigheid speelde een grote rol in het leven van de Mulié‑kinderen. Dat Thea haar naam droeg als roepnaam, past bij de Indische traditie waarin geliefde familieleden vaak worden geëerd in de namen van de volgende generatie.
Thea vormt daarmee een van die zachte, half zichtbare lijnen in de familiegeschiedenis: een kind dat er wél was, dat een plek had in het gezin, maar waarvan de tastbare sporen door tijd, oorlog en migratie zijn vervaagd. Juist daardoor verdient ze haar plaats in het verhaal van Guus en Juliana — als het eerste kind dat zij samen kregen, vóór Henri.
Recent is bovendien contact gelegd met Wilmar Mulié, de zoon van Thea, die via MyHeritage kon worden opgespoord. Zijn herinneringen en eventuele documenten kunnen nieuwe inzichten geven in het leven van zijn moeder, en daarmee een ontbrekend hoofdstuk in de familiegeschiedenis verder openen.
De reis met de Baloeran (1939)
In de zomer van 1939 neemt Emma een besluit dat haar leven én dat van haar twee dochters voorgoed zal veranderen. De politieke spanningen in Nederlands‑Indië nemen toe; de internationale situatie wordt onrustiger, en Emma voelt dat het tijd is om een veiligere plek te zoeken voor haar kinderen.
Op 21 juni 1939 scheept zij zich met Yvonne, Norma in op de Baloeran, die via Marseille naar Europa vaart. Het is een reis vol onzekerheid, maar ook een sprankje hoop: weg uit de dreiging die in Indië steeds sterker voelbaar wordt.
Rond 13 juli 1939 komt de Baloeran in Rotterdam aan. Voor de twee meisjes is het hun eerste kennismaking met Nederland; voor Emma is het een terugkeer naar een land dat op dat moment nog vrij is. Niemand kan dan nog vermoeden dat Nederland minder dan een jaar later bezet zal worden.
In de maanden na hun aankomst probeert Emma een nieuw bestaan op te bouwen. Yvonne mist haar vader Guus echter intens. Ze schrijft hem brieven vol verlangen en vragen, soms bijna smekend of hij ook naar Nederland wil komen. Maar Guus is ziek, verzwakt, en blijft achter in Indië, terwijl Juliana en de kinderen naar Nederland komen. Het is een scheiding die niemand had gewild, maar die door omstandigheden onvermijdelijk wordt.
Emma – vervolging en verlies (1940–1943)
Na de Duitse inval in mei 1940 verandert de situatie in Nederland snel en onverbiddelijk. Emma — alleenstaande moeder, verantwoordelijk voor twee dochters na het verlies van Guusje — probeert zich staande te houden in een land dat steeds vijandiger wordt voor Joden.
Volgens de nazi‑wetgeving wordt Emma als volledig Joods geregistreerd. Yvonne en Norma vallen onder de categorie Mischling eerste graad (Mischling 1. Grades): kinderen met één Joodse ouder en één niet‑Joodse ouder.
Maar omdat hun vader Guus niet Joods was én omdat de meisjes niet tot de Joodse gemeenschap behoorden, worden zij uiteindelijk niet als Joods vervolgd. Ze bevinden zich in een bureaucratische schemerzone die hen — hoe wrang ook — beschermt.
Emma zelf valt daarentegen volledig onder de anti‑Joodse maatregelen.
In Nederland moet zij zich registreren bij de Joodse Raad. Vanaf mei 1942 moet zij de gele Jodenster dragen — zichtbaar, verplicht, isolerend. Haar wereld wordt kleiner: ze mag niet meer reizen, niet meer naar parken, niet meer naar theaters, niet meer naar de markt op gewone tijden. Er komt een avondklok speciaal voor Joden. Bankrekeningen worden geblokkeerd. Ze mag niet meer werken.
In 1943 moet Emma zich melden voor “tewerkstelling in Duitsland”. Ze wordt naar Westerbork gebracht. Op 27 april 1943 wordt ze op transport gezet. Op 30 april 1943 komt ze aan in Sobibor, waar ze diezelfde dag wordt vermoord.


Registratie kaart van Emma bij de Joodse Raad
Overlijdens akte Emma Mulié - de Leeuwe
Guus – internering en overleven
Terwijl Emma in Nederland wordt vervolgd, maakt Guus in Indië een heel andere oorlog mee.
Tijdens de Japanse bezetting wordt hij geïnterneerd. Hij komt uiteindelijk terecht in Kamp Tjimahi Baros 5, waar hij staat geregistreerd onder kampnummer 31994.
Baros 5 was een mannenkamp vol honger, ontbering, onzekerheid en vernedering. Wat hij daar precies heeft meegemaakt, weten we niet — maar dat het hem heeft getekend, staat buiten kijf.
Na de oorlog keert hij terug naar Nederland. In Haarlem brengt hij zijn laatste jaren door.
Op 12 september 1957 overlijdt hij in Haarlem, 70 jaar oud.
Juliana leeft nog vele jaren na hem en overlijdt op 13 november 1984, 75 jaar oud.
Klik op de foto om hem te vergroten



Han (Henri) Mulié

Overlijdens akte Augustus Gijsbertus (Guus) Mullié

Tante Do & Tante Co Huwelijk Anja en Ron 1967
Tante Do & Tante Co Huwelijk Yvonne & Bob 1963
Guusje – liefde, toekomst en een tragisch einde
Augusta “Guusje”, de oudste, groeit uit tot een moderne jonge vrouw. Ze werkt bij Firma J.H. Goldberg in Soerabaja – een nette, vooruitstrevende baan voor een jonge vrouw in die tijd.
Op 12 juni 1937 verlooft ze zich met Joseph Gerrit “Guus” Sammes, geboren op 26 maart 1908 in Amsterdam. Guus is van Joodse afkomst, zowel aan moeders- als vaderskant — een achtergrond die in zijn familiegeschiedenis diep verankerd ligt, maar in Indië nauwelijks zichtbaar was in het dagelijks leven. In 1938 trouwen ze en gaan wonen aan Embong Gajam 23.
Maar op 14 maart 1940 verandert alles.
Op 14 maart 1940 rijdt Guusje mee in een Buick van de heer Goldberg, eigenaar van een optische zaak aan de Toendjoengan in Soerabaja. Zowel Guus Sammes als Guusje werkten voor hem: hij als boekhouder, zij als medewerkster. Het is dus een rit onder collega’s, een gewone werkdag die nooit bijzonder had hoeven worden. Voorin zit Goldberg zelf achter het stuur, met Guusje naast hem op de bijrijdersstoel. Achter hen zitten haar man, Guus Sammes, en de chauffeur.
Ze zijn onderweg van Modjokerto richting Djombang, op weg naar Solo. Het heeft geregend; de weg is glad en de bochten zijn verraderlijk scherp.
Ongeveer twaalf kilometer voorbij Modjokerto gaat het mis. Bij het nemen van een scherpe bocht raakt de Buick in een slip. De wagen draait volledig om zijn as, glijdt dwars over de weg en botst met grote kracht tegen een boom aan de kant van de weg. De klap is verwoestend. De chauffeur, die achter Guusje zat, is op slag dood. Guus Sammes komt er met lichte verwondingen vanaf, terwijl Goldberg meerdere ribben breekt.
Guusje wordt het zwaarst getroffen. Door de draai en de impact komt een deel van het dak of de carrosserie los en slaat op haar hoofd. Ze loopt een zware hersenschudding op en raakt bewusteloos — een letsel waarvan al snel duidelijk wordt dat het levensbedreigend is.
Alle gewonden worden naar het ziekenhuis van Modjokerto gebracht. De eerste berichten spreken van een “redelijk goeden toestand”, al zou één van hen nog niet buiten levensgevaar zijn — en dat blijkt Guusje te zijn. Ondanks de zorg in het ziekenhuis overlijdt zij kort daarna aan haar verwondingen. Ze wordt slechts twintig jaar oud.
Op 20 maart 1940 verschijnt in de krant een dankbetuiging van haar man, haar moeder en de familie Mulié — een klein bericht dat de omvang van het verlies nauwelijks kan bevatten. Guusje wordt begraven op de Europese begraafplaats van Soerabaja, waar haar graf jarenlang met zorg werd onderhouden door mensen die haar hadden gekend.


Krantenartikelen over het ongeluk van Guusje
Bron: Delpher

Het verdere leven van Guus Sammes
Na het tragische verlies van Guusje in maart 1940 blijft Guus Sammes achter als jonge weduwnaar, nog maar net begonnen aan een toekomst die in één klap werd afgebroken. De oorlogsjaren die volgen brengen hem opnieuw in gevaar. Tijdens de Japanse bezetting wordt hij krijgsgevangene en tewerkgesteld aan de beruchte Birma‑Siam spoorlijn, beter bekend als de brug over de rivier de Kwai — een van de zwaarste en dodelijkste projecten van de Japanse kampen. Het is een periode waarover hij later weinig sprak, maar die zijn leven onmiskenbaar heeft getekend.
Na de oorlog kiest Guus voor een nieuw begin ver weg van Indië. Hij vertrekt naar Hongkong, waar hij terechtkomt in de diamantenhandel. Het is een wereld van precisie, vertrouwen en internationale contacten — een wereld waarin hij zich, ondanks alles wat hij had meegemaakt, opnieuw weet te wortelen. Hij hertrouwt met Marjorie Sleebos (geboren in 1914), die ondanks haar Engelse levensloop en omgeving duidelijk een Nederlandse familienaam draagt. Samen wonen zij op The Peak, het hoogste en meest prestigieuze deel van Hongkong, met uitzicht over de stad en de haven.
Toch blijft de band met Nederland bestaan. Guus komt regelmatig naar Amsterdam en onderhoudt jarenlang een warme correspondentie met Yvonne, zijn vroegere schoonzus. Voor haar blijft hij een levende herinnering aan Guusje — aan wie zij was, en aan het leven dat zij nooit heeft kunnen afmaken.
In 1991, op zijn uitnodiging, reist Yvonne op zeventigjarige leeftijd alleen naar Hongkong. Het wordt een bijzondere reis, die zij vervolgens voortzet naar Java en Bali — een terugkeer naar het land van haar jeugd, gedragen door de gastvrijheid van de man die ooit met haar zus getrouwd was.
In januari 1996 keren Yvonne en Norma opnieuw terug naar Hongkong, ditmaal onder begeleiding van Anja, die de reis zorgvuldig voorbereidt en documenteert. Tijdens dat verblijf ontmoeten zij opnieuw Guus Sammes, de man die ooit met Guusje getrouwd was en die inmiddels al decennia in Hongkong woont. Hij is op dat moment opnieuw weduwnaar geworden: zijn tweede echtgenote, Marjorie Sleebos (geb. 1914), is in 1995 overleden. Voor Anja is het een bijzondere ontmoeting: een levende schakel met het verleden, met de verhalen die zij uit de familie kende en die nu ineens een gezicht krijgen. De reis wordt voor hen alle drie een intense, betekenisvolle ervaring — een moment waarop geschiedenis, herinnering en het heden elkaar raken, en waarop een cirkel die lang openstond eindelijk sluit. Eind 1996 overlijdt Guus Sammes in Hongkong


Huwelijk Guusje en Guus 1938
Verloving Guusje en Guus 1937
Norma – honderd jaar leven, honderd jaar liefde
Norma leefde een eeuw lang en nam al die jaren aan ervaringen met zich mee. Ze werd in 1922 geboren in Malang, in een gezin waar het dagelijks leven werd bepaald door warmte, ritme en gewoontes die inmiddels tot het verleden behoren.
Na de Tweede Wereldoorlog keerde Norma terug naar haar geboorteland, inmiddels het onafhankelijke Indonesië. Het was een periode van veranderingen, maar ook van opnieuw beginnen, van het zoeken naar een plek in een land dat vertrouwd was en toch anders aanvoelde.
In die jaren kreeg ze haar kinderen. Robert Willem werd geboren op 19 februari 1948 in het RK Ziekenhuis in Soerabaja, in een periode waarin het gezin woonde aan de Palmenlaan 73.
In de eerste helft van de jaren vijftig vertrokken Norma, Johan en Robert naar Nederland. Daar werd ook Anita geboren — op 20 april 1955 — zoals bevestigd wordt door een advertentie in de Haagse Courant van 14 april 1955, waaruit blijkt dat haar geboorte in Den Haag plaatsvond.
De politieke situatie veranderde opnieuw in 1957, tijdens wat later bekend werd als Zwarte Sinterklaas. Nederlanders werden toen als staatsvijanden gezien en moesten het land verlaten. Voor Norma en haar gezin betekende dit dat terugkeren naar Indonesië niet langer mogelijk was, waardoor hun toekomst definitief in Nederland lag.
In xxxx verloor Norma haar man, Johan van Moppes. Het was een groot verlies, maar ze bleef opmerkelijk stevig staan. Ze hield haar humor, haar helderheid en haar eigen manier van kijken naar de wereld. Op haar eigen rouwkaart stond: “Nou, ik hoef geen honderd te worden.” Het was precies zoals ze was: nuchter, eerlijk en zonder behoefte aan grote woorden. Maar het leven besloot anders: geboren op 8 november 1922 haalde Norma haar honderdste verjaardag wél. Ze overleed op 22 december 2022 in Den Haag, rustig, na een lang leven dat zich in alle eenvoud had ontvouwd.
Een eeuw leven betekent dat je veel ziet veranderen, dat je generaties ziet opgroeien en weer verder ziet gaan. Norma maakte dat allemaal mee, stap voor stap, met een rustige blik en een vaste manier van zijn.

Norma Viola van Moppes - Mulié 1922 - 2022

Yvonne – oorlog, overleven en de schaduw van verlies
Yvonne komt met haar moeder en zus in Nederland terecht, waar ze de oorlog overleeft dankzij haar gemengde achtergrond zoals eerder beschreven. In de oorlog bouwt ze een nieuw leven op, met een kracht die haar hele verdere leven zou kenmerken.
Liefde en moederschap
Ze trouwt met Coenraad Johan van Dijk Blok en krijgt twee zonen: Roland (1944) en Robert (Robbeke) (1949). Het huwelijk houdt geen stand, en Yvonne staat er op jonge leeftijd alleen voor.
Ze heeft dan al bijna twintig jaar toneelervaring — ze stond als meisje al op het podium. Zo trad ze op in theater Carré, in een revue van John de Mol sr., de grootvader van Linda de Mol. Haar naam stond zelfs in het programma vermeld. Het was een klein, glanzend moment dat haar talent bevestigde en dat zij haar leven lang met trots zou herinneren.
Dat vroege podiumwerk zou haar later opnieuw redden.
Tussen Tenten en Muziek: Yvonne’s Tijd bij Circus Barlay
Na haar scheiding kiest Yvonne voor een radicaal nieuw begin. In 1951 sluit zij zich aan bij Circus Barlay, een Duits rondreizend circus dat in die jaren grote bekendheid geniet. Het circus, geleid door de charismatische Harry Barlay, trekt door heel Duitsland en brengt een programma vol paardenacts, luchtacrobatiek, clowns, roofdieren en indrukwekkende ijsberen- en leeuwennummers.
Yvonne werkt er als danseres — onderdeel van het chorus, de groep revue‑danseressen die tussen de grote acts door het programma kleur, ritme en glamour geven. Het is geen romantische impuls, maar een praktische en moedige keuze: zij heeft een inkomen nodig om voor zichzelf en haar jonge zoon Robbeke te kunnen zorgen. Het circus biedt haar werk, een salaris en een gemeenschap die haar opvangt in een periode waarin ze alles opnieuw moet opbouwen.
Ze reist met het gezelschap mee van stad naar stad, leeft tussen artiesten, dierverzorgers en technici, en maakt deel uit van de bruisende, nomadische wereld van het naoorlogse circusleven. Terwijl Circus Barlay in 1951 onder meer in Leipzig optreedt, danst Yvonne avond na avond in de grote circustent — een kort maar intens hoofdstuk dat haar kracht geeft om verder te gaan.
Het verlies van Robbeke
Op 12 februari 1961 valt Robbeke van een schommel. Hij overlijdt die nacht onverwacht in zijn slaap. Hij wordt twaalf jaar oud. Het is een verlies dat als een schaduw door Yvonne’s leven blijft lopen, maar nooit haar vermogen tot liefde en warmte breekt.
Yvonne's 20 jaar Toneel ervaring
Amsterdam – een tweede leven, een tweede adem
In 1963 komt Anja in Yvonnes leven, via Roland. Het is een jaar van nieuwe verbindingen, nieuwe gezichten en een langzaam herwonnen vertrouwen in de toekomst. Op 30 oktober van dat jaar trouwt Yvonne met Albertus Theodorus van Mook, roepnaam Bob, met wie zij een nieuw hoofdstuk begint in Amsterdam, waar zij zich vestigen aan de Eemsstraat 68 hs.
In 1967 trouwen Anja en Roland, en zij bouwen hun leven op in Zwitserland, in Luzern. De stad aan het Vierwoudstrekenmeer wordt hun thuis, een vaste plek waar familie altijd welkom is en waar de lijnen tussen Nederland en Zwitserland zich steeds verder verweven.
Bob werkt in Amsterdam als buschauffeur bij American Express en begeleidt vanaf het einde van de jaren zestig tot in de jaren zeventig Amerikaanse groepen op rondreizen door Europa — een tijd waarin de dollar sterk staat en het internationale toerisme bloeit. Zijn routes brengen hem regelmatig naar Luzern, waar hij tijdens zijn ene vrije dag en nacht steevast Anja en Roland opzoekt. Zo ontstaat een warme, vanzelfsprekende verbinding tussen Amsterdam en Zwitserland, gedragen door familiebanden die zich over landen en jaren uitstrekken.
Yvonne is gelukkig met Bob. Samen maken ze mooie reizen, onder andere naar de ABC‑eilanden en Suriname. Het zijn jaren waarin zij, na een leven vol verlies en breuklijnen, opnieuw ervaart hoe het is om lichtheid, avontuur en gedeelde vreugde te kennen. Amsterdam wordt haar vaste basis, maar haar leven speelt zich af op meerdere assen: de stad, de familie in Luzern, de herinneringen aan Indië en de nieuwe werelden die zij met Bob ontdekt.
Bob van Mook overlijdt op 18 juli 1994 in Amsterdam. Zijn dood markeert het einde van een lange, gedeelde weg, maar laat een spoor van reizen, verhalen en liefde achter — een tweede leven, een tweede adem, die Yvonne in haar latere jaren nog ten volle heeft mogen beleven.

Huwelijk van Yvonne en Bob van Mook 1963

Anja en Yvonne aan de Indische rijsttafel in Amsterdam

Yvonne 50 jaar 1971
Yvonne op de rondvaartboten
Amsterdam wordt haar stad. Haar decor. Haar podium. Vanaf 1957 tot 1991 werkt Yvonne op de rondvaartboten — meer dan 33 jaar lang — onder andere bij Rederij Lovers. Ze kent de grachten, de gevels, de bruggen en de verhalen alsof ze er zelf deel van uitmaakt. En eigenlijk was dat ook zo.
Yvonne was een vrouw met vele gezichten en nog meer talenten. Ze danste, ze zong, ze maakte kleding, ze vertelde verhalen — en dat alles met een vanzelfsprekende flair. Ze kende haar gidsverhaal uit haar hoofd, in meerdere talen, en schakelde moeiteloos over naar wat de situatie vroeg: Engels, Duits, Frans, soms zelfs een paar woorden Spaans of Italiaans. Toeristen dachten vaak dat ze een geboren Amsterdamse was, maar ook dat was maar één van haar vele rollen.
En dan was er dat heerlijke detail: als Roland of Anja meevoeren, kregen zij onderweg stiekem muntjes toegestopt van Yvonne. Ze moesten dan als eerste uitstappen en “heel toevallig” langs de fooienpot lopen — precies zoals de bedoeling was. Een klein toneelstukje, uitgevoerd met een knipoog, dat Yvonne’s charme, humor en vindingrijkheid perfect samenvatte.
’s Avonds, wanneer de boten stillagen en de stad tot rust kwam, zat zij thuis achter de naaimachine. Ze maakte kostuums voor haar kleinkinderen, kleding voor zichzelf, soms zelfs voor anderen — altijd met oog voor detail, altijd met liefde.
33 jaar gids op de rondvaart 1957-1991 Eerste foto is Yvonne en haar oudste zoon Ron
Yvonne – een leven dat zacht doorwerkt
Aan het einde van haar lange leven was Yvonne omringd door een kleine kring mensen die haar werkelijk kenden. Niet alleen haar stem of haar gewoontes, maar haar manier van kijken, haar humor, haar koppige zachtheid. Ze leefde een creatief leven, een leven waarin ze altijd iets maakte, iets verzachtte, iets mooier achterliet dan ze het aantrof.
In haar laatste jaren werd ze kleiner van gestalte, maar nooit kleiner van aanwezigheid. Er was iets in haar dat bleef stralen — een soort stille helderheid, alsof ze altijd nog één gedachte, één herinnering, één glimlach wilde doorgeven.
Haar nageslacht draagt dat licht verder: Roland & Monika, Anja, Jolanda & Andy, met Rian en Samira, Robin ,Norma, Thea, Han & Anouska, Cindy & Jeroen, met Yoeri, Romy en Amber
In deze namen ligt een hele wereld besloten. Een familie die zich over landen en generaties uitstrekt, maar waarin telkens iets van Yvonne terugkeert: een manier van lachen, een onverwachte gevoeligheid, een creatieve impuls die zomaar opduikt in een kleinkind.
Soms is het maar een klein gebaar — een hand die even blijft rusten op een schouder — en toch voel je: dit komt van haar.


Yvonne in haar woning
meestal
in het wit gekleed.
Slot – drie zussen, één verhaal
Samen vormen de levens van Guusje, Yvonne en Norma een verhaal dat niet alleen gaat over wat verloren ging, maar vooral over wat bleef. Drie zussen die ieder hun eigen weg gingen, maar die in hun karakter, hun keuzes en hun stille kracht altijd met elkaar verbonden bleven. Hun levens bewogen zich door verschillende tijden en verschillende werelden, maar de onderstroom was dezelfde: liefde die zich niet liet breken, veerkracht die telkens opnieuw opstond, humor die zelfs in moeilijke momenten licht bracht, en een diep gevoel van familie dat nooit verdween, hoe ver de wegen soms ook uit elkaar liepen. In de herinneringen die zijn doorgegeven, in de verhalen die nog steeds worden verteld, in de kleine gebaren die herkenning oproepen, leven zij voort als drie stemmen uit één bron.
COPYRIGHT
Deze website is het geestelijk eigendom van
de Stichting Nederlands-Indië & de Indische Verhalentafel
De inhoud van deze website mag niet gereproduceerd of gekopieerd worden, zonder de schriftelijke toestemming van de Stichting Nederlands-Indië.
Copyright © All rights reserved Stichting Nederlands-Indië
&
De Indische Verhalentafel